Myriam (59)

Myriam (59)

Myriam is een vrouw van 59 jaar, moeder van 2 zonen. Ze is de dochter van hardwerkende zelfstandigen en heeft 2 zussen en een broer. Myriam gaf vele jaren les in een Steinerschool, maar op een bepaald moment werd de combinatie met haar gezin te zwaar en bleef ze thuis om voor de kinderen te zorgen. In die periode ging het met Myriam echter steeds minder goed. Enerzijds kon Myriam in bepaalde periodes ‘bergen verzetten’ waarbij ze creatief aan de slag ging in haar huis, yoga- en salsales volgde, naar musea en theater ging... Anderzijds kwamen er ook steeds meer periodes waarbij Myriam zich als het ware ‘begroef’ in haar huis, contact schuwde en er niet in slaagde haar huis te onderhouden, te koken, … Op het moment dat haar 2 kinderen het huis uit gingen en er enkele jaren later ook een einde kwam aan haar huwelijk, werden de donkere periodes steeds frequenter en langer en werden steeds langere opnames in de psychiatrie noodzakelijk.

De eerste telefoon naar LUS kwam via Jan, Myriams zoon. Myriam was op dat moment terug opgenomen in de psychiatrie en de familie was ten einde raad. Myriams broer Bert beschrijft die beginsituatie als volgt: “Als ik probeer woorden te vinden voor het overheersende gevoel van toen, kom ik onvermijdelijk bij negatieve uitdrukkingen terecht: verontrustend, ongelukkig, wanhopig, beangstigend, uitzichtloos, en ga zo maar door..... Myriam (én wij allen) zaten toen al bijna vier jaar vast in een patroon van extreme afhankelijkheid naar ons allen, haar naaste familie. Ze voelde zich niet in staat om zelfstandig te leven, beslissingen te nemen, alleen te wonen, haar dagelijkse budget te beheren, haar tijd in te delen of haar administratie bij te houden." Zus Maaike vult aan: “We zaten op dat moment op ons tandvlees en alleen konden we niet meer verder.”

Na een gesprek met Myriam werd gestart met een netwerkgroep. Die opstart verliep uiterst moeizaam: de namen van de vrienden in Myriams adresboekje haakten één voor één af… Er was in het verleden te veel gebeurd. Er bleek enkel nog bereidheid bij de zussen, broer en de 2 zonen, maar ook zij waren “op” met geven terwijl Myriam steeds meer leek te vragen… Bij de start was het dus een familienetwerk. Via gesprekken met Myriam werd in ‘goede tijden’ bijgepraat, waardoor - zoals de familie zelf aangeeft - een evolutie kwam in hoe ze naar elkaar keken. Myriam kan in die gesprekken haar dankbaarheid uiten over de zorg die haar familie neemt als ze het moeilijk heeft. Bert: “Wij hebben meer respect gekregen voor de stappen die zij daadwerkelijk zet, en zijn minder geërgerd uit ongeduld om wat ze allemaal nog niet doet.” Zus Ilse: “Ik zie Myriam sterker worden, maar ook onszelf. Ik slaag er steeds beter in Myriam beetje bij beetje terug als mens te zien en terug zus, en dat is goed…" 

Maar de goede tijden blijven elkaar afwisselen met slechte tijden, en dan is het alle hens aan dek. Meer en meer worden allerlei diensten ingeschakeld om mee de dagelijkse zorg op te nemen. De samenkomsten – vaak zonder Myriam - zijn gericht op het opladen van de batterijen en het gezamenlijk dragen van beslissingen, o.a. rond het al dan niet laten opnemen als het echt niet meer gaat. Het uitbreiden van de groep met buren en kennissen blijft een doel, maar het is zeker niet evident. In periodes waar Myriam als actieve, spontane en energieke dame op stap gaat, maakt ze vlug vrienden… Alleen krijgen die vriendschappen vaak onvoldoende tijd om bestand te zijn tegen de periodes waarin Myriam op een claimende en soms verwijtende manier aandacht en contact zoekt. Die spiraal doorbreken is niet evident. Door nieuwe mensen mee te nemen in de groep hopen we hen een ‘bedding’ te geven waardoor ze Myriam beter begrijpen en misschien wel blijven. We zullen zien, want we zijn er nog lang niet...

De namen zijn fictief ter bescherming van de privacy van de betrokken mensen.